Je suis Charlie

Het is op de kop af vijf jaar geleden dat twee islamitische terroristen bijna de voltallige redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo vermoordden omdat het blad het gewaagd had om de Profeet (vzmh) te ‘beledigen’. Laat ik even voorbijgaan aan alle krokodillentranen, alle -toen al- obligate geschoktheid van (met name) hoogwaardigheidsbekleders en al helemaal aan de stuitende zelfgenoegzaamheid van onbenullen als Francisco van Jole die de weken daarna veel te veel aandacht kregen. Je kon immers toen al voorvoelen dat dat slechts tijdelijke deugoprispingen zouden zijn. Dat beeld is vijf jaar later en talloze aanslagen verder niet wezenlijk veranderd.

Wat deze aanslag zo bijzonder maakte is de ongekende aanval op de vrijheid van meningsuiting. Het betekende de grove intimidatie van het fundament waarop de westerse democratieën hun economische voorspoed en wetenschappelijke vooruitgang konden bouwen. Dit recht is misschien wel het meest essentiële van alle grondrechten: het recht om je mening te mogen uiten op de manier die jou goeddunkt en zonder statelijk controlemechanisme vooraf. Je zou dan ook verwachten dat dit recht te vuur en te zwaard verdedigd zou worden en dat ‘Charlie’ elk jaar weer in breed verband herdacht wordt. Een soort 4 en 5 mei, maar dan internationaal, zullen we maar zeggen. Helaas had het NOS-journaal er gisteren net 10 seconden aandacht voor en wist de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad een stuk uit zijn pen te laten vloeien waarin hij Russische trollen een groter gevaar voor de journalistiek vond dan terreur. Tja, als de beroepsgroep zelf al geen solidariteit meer heeft met de slachtoffers van de aanslag en zo laconiek omspringt met de gevolgen ervan, dan moet er wel iets aan de hand zijn. Meneer Nijenhuis, mocht u dit lezen: het kan uw krantje ook overkomen, wanneer er iets in staat wat een terrorist niet bevalt. De essentie is namelijk dat u dat niet van tevoren weet.

Het is niet alleen bij ‘Charlie’ gebleven helaas. De aanvallen op de vrijheid van meningsuiting komen vijf jaar later uit alle hoeken en gaten. We hebben de social justice warriors, die ‘gekwetst zijn’ als argument bij allerlei discussies inzetten om normale mensen de mond te snoeren. Daar zit altijd een gevoel van ‘dreiging’ in, zoals we inmiddels zien bij de intocht van Sinterklaas die zonder plaatselijke staat van beleg al niet eens meer mogelijk is. Wat ook opvalt bij deze strijders is hun onuitputtelijke vertrouwen in de taal: hernoem woorden, zodat het gefingeerde probleem ‘opgelost’ is. Een kind snapt dat elk woord in onze taal vatbaar is voor kritiek (of: geweldsdreiging) van deze nitwits. Het maakt niet uit wat je zegt, doet of vindt, de SJWs zullen er eindeloos aanstoot aan nemen.

Verder zijn er aanvallen vanuit de Staat en de Europese Unie op onze vrijheid van meningsuiting (en -vorming). Hoewel de hysterie over nepnieuws enigszins geluwd is doordat enige vorm van bewijs afwezig is, lijkt het mij duidelijk dat Ollongren en haar Europese vrindjes het hierbij niet zullen laten. U kunt namelijk niet zelf denken, u bent niet in staat ‘echt nieuws’ van ‘nepnieuws’ te onderscheiden, dat was de niet mis te verstane boodschap. En dat schijnt allerlei nare gevolgen te hebben. Hoed u hiervoor, want ik voorspel u dat er vanuit die hoek nog meer pogingen komen om u onder controle te krijgen.

Het is spijtig om te zeggen, maar ook een groot deel van onze medelanders heeft vijf jaar na ‘Charlie’ nog steeds niet door wat vrijheid van meningsuiting eigenlijk inhoudt. Althans voor zover het hun eigen vrijheid betreft wel (en dat is verder prima), maar wanneer anderen, bijvoorbeeld Pegida, van datzelfde recht gebruik willen maken, dan is het een ander verhaal. Dat een democratisch gekozen Kamerlid, de heer Wilders, nog steeds beveiliging nodig heeft na al die jaren, zegt eigenlijk al genoeg. Qua loutering, het kweken van ruggengraat of olifantenhuid zie ik in die contreien maar weinig vooruitgang. Dat PVV’ers ondertussen na hun politieke carrière geen baan kunnen vinden, draagt daar natuurlijk ook niet aan bij: je geeft daarmee toch het signaal af dat die partij ‘besmet’ is.

Een maatschappij gaat vooruit wanneer alle meningen vreedzaam met elkaar botsen. Dat schreef de godfather van het liberalisme, John Stuart Mill, in de 19e eeuw al. Voorwaarde is wel dat het ‘debatklimaat’ in evenwicht is, met andere woorden, dat álle geluiden hoorbaar zijn. Daarvan is helaas geen sprake. Bekende voorbeelden zijn onze talkshows, actualiteitenprogramma’s, kranten, tijdschriften en zelfs journaals, waarin wij maar één geluid horen. Cabaretiers geven inmiddels eerlijk toe aan zelfcensuur te doen, uit angst voor bedreigingen. Met de Oudjaarsconference-ellende nog vers in het geheugen verklaart dit waarom ook dat métier inmiddels platgeslagen en uitgehold raakt.

Er is dus alle reden om niet al te optimistisch gestemd te zijn over de staat van onze vrijheid, 5 jaar na ‘Charlie’. Je zou zelfs kunnen stellen dat terreur werkt. Toch is dat niet helemaal waar. Ook al is mijn bereik beperkt (meer lezers zou wel leuk zijn) en zal n’importe welk stukje ik aflever door een NRC of Volkskrant geweigerd worden wegens ‘niet deugend’, ik ben nog steeds in staat om mijn persoonlijke geluid te laten horen. Dat zal ik blijven doen. Niemand die me dat gaat afpakken.

How useful was this post?

Click on a star to rate it!

Average rating 4.7 / 5. Vote count: 34

No votes so far! Be the first to rate this post.

As you found this post useful...

Follow us on social media!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *