Pijnlijk

Smullen gisteren voor de sensatiebelusten onder ons. Op verzoek van Geert Wilders (PVV) werd een appwisseling over de ‘Damdemonstratie’ tussen Femke Halsema (burgemeester van Amsterdam) en Ferd Grapperhaus (Minster van Veiligheid & Justitie) openbaar gemaakt. Wilders maakte daar zelf nog een nummertje van door te stellen dat de burgemeester nu haar biezen maar moest pakken, maar daar beslist volgens de Gemeentewet niet hij, maar de gemeenteraad van Amsterdam over.

Zoals ik al eerder schreef, vind ik het nogal zinloos om een mening over haar eventuele aanblijven of aftreden te hebben. Het is gelukkig mijn stad niet en zij is gelukkig mijn burgemeester niet. Over mijn eigen burgemeester gesproken: die had dan weliswaar oefenmateriaal uit Amsterdam (hoe het niet moet), maar brak de onzinnige demonstratie naar mijn overtuiging te laat af. Overigens stelt een hoogleraar staatsrecht vandaag in Trouw dat optreden in Amsterdam vereist was, aangezien het grondwettelijke demonstratierecht beperkt wordt door de noodwet, die weer gericht is op bescherming van de volksgezondheid. Dat klinkt me logisch in de oren. Sowieso is het vreemd dat zulke aantallen zich verzamelen, terwijl onze premier toch echt talloze malen geroepen heeft: “Vermijd drukte, houd afstand”, waarmee hij -geheel terecht- een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van volwassen mensen.

De appwisseling tussen haar en Grapperhaus is pijnlijk om te lezen. Misschien aardig voor degenen die een inkijkje wilden in de wereld van de politiek, maar ik kreeg er gekrulde tenen van. Ik zie niet in welk doel met de openbaarmaking gediend is en ben het eens met wat Hubert Bruls (burgemeester van Nijmegen) erover zegt: “Dit moet echt eens en nooit meer zijn”. Zeker ben ik geen fan van mevrouw Halsema. Ze vertegenwoordigt een politieke stroming in ons land waar ik zelfs van walg. Maar toen ik haar conversatie met Grapperhaus zat te lezen, kreeg ik last van medelijden met haar.

Puur inhoudelijk viel me overigens op dat noch zij noch Grapperhaus repten van bekeuringen. Er zijn in het land al heel wat mensen op de bon geslingerd vanwege het overtreden van de Corona-regels, maar hier dus niet. Uiteraard bestaat het gevaar op escalatie wanneer je als een bromsnor met je potloodje en je bonnenboekje de personalia van alle aanwezigen gaat noteren, maar ik blijf het toch typisch vinden dat daar in het geheel niet over gesproken wordt. Sterker nog, het hele gesprek gaat over (de-)escalatie. De minister heeft het zelfs over het risico op plunderingen, wat mij wel deed fronsen. Want hij zegt dat niet zomaar, denk ik dan. Dan heeft hij dus aanwijzingen dat niet iedereen daar vredelievend anti-racistisch staat te demonstreren. Apart wel.

Hoe het ook zij, de NOS schoot gisteravond Halsema te hulp door Xander van der Wulp in het Journaal de appwisseling te laten witwassen in een ‘waar-twee-kijven-hebben-twee-schuld’-verhaaltje. Daarvan is geen sprake. Grapperhaus laat haar alle hoeken van de Whatsappkamer zien en stelt, geheel terecht, dat het haar beslissing is. Er kan geen enkel misverstand bestaan over de verdeling van de bevoegdheden. Dat Halsema zich ‘in de kou’ gezet voelt, heeft met iets heel anders te maken: onzekerheid. Ze smeekt de minister vrijwel letterlijk om steun, omdat ze niet weet wat ze moet doen en een schild zoekt om achter te schuilen, mocht het onverhoopt misgaan. Die onzekerheid over haar eigen functioneren (lees: haar vaardigheden om als bestuurder besluiten te nemen) wordt voorts nog ontsierd door het geheel veronachtzamen van de risico’s op een Corona-superspreadevent, waar heel het land last van kan krijgen, en dan met name onze zorgprofessionals.

Halsema weet het ook zelf, anders kan ik deze wanhopige smeekbede aan de Grote Baas niet duiden: ik ben te licht voor deze functie. In managementtermen geeft zij aan behoefte te hebben aan leiding (sturing en coaching), of bijna: “Ferd, ik weet niet wat ik moet doen. Doe jij het anders eens vóór?”. In een bedrijf of een organisatie kun je dan als manager een opdracht voor de medewerker formuleren, indien nodig begeleiding/opleiding regelen en een tijdslimiet stellen. Is de opdracht met succes vervuld, dan krijgt de medewerker weer een nieuwe opdracht. Naarmate hij/zij groeit en leert, kun je hem/haar dan steeds meer loslaten. Totdat je kunt delegeren. Dan is de medewerker geheel vrij en zelfstandig en houd je meer op afstand toezicht. Zo’n model kun je -helaas voor Femke- niet toepassen op politiek. Grapperhaus’ ‘hulp’ bestaat uit een evaluatie (het is ook het enige wat hij haar kan bieden). In feite zegt hij daarmee: “Je kunt het, veel succes. Morgen spreken we verder”, bij uitstek een methode die hoort bij delegeren. En dat botst, zo zien we in de appwisseling.

Ze kan het niet, ze voelt het ook, ze weet het ook. Nu komt het er nog op aan dat ze het ook eerlijk gaat zeggen ten overstaan van de Gemeenteraad. Niet gemakkelijk, maar ze zal na afloop alleen maar opgelucht zijn dat aan deze lijdensweg een eind gekomen is. Niets is erger dan werk te doen waarvan je begrijpt dat het niet jouw ding is. Je kunt het Femke. Om met Grapperhaus te spreken: “Succes ermee”.

Wilt u mijn schrijfsels steunen? Dankzij uw donaties kan ik u deze content aanbieden. Gebruik de doneerknop op deze pagina.

How useful was this post?

Click on a star to rate it!

Average rating 4.1 / 5. Vote count: 13

No votes so far! Be the first to rate this post.

As you found this post useful...

Follow us on social media!

2 thoughts on “Pijnlijk”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *